Archive for december, 2011|Monthly archive page
Zelfdoding en de mensen die je achter laat @mirjam windrich
InUncategorized op2011/12/14 op10:27 AMOp Linkedin stuitte ik op een onaffe discussie, voor zover je de uitwisselingen van meningen op dit medium ‘discussies’ kunt noemen (laat staan dat ze ooit af zijn), over het gebruik van de woorden zelfmoord en zelfdoding. Iemand wond zich om niet nader omschreven redenen op over het gebruik van de term zelfmoord, en pleitte ervoor om in het vervolg zelfdoding te bezigen als het gaat om mensen die zichzelf van het leven benemen.
Erover nadenken stemt tot nog meer nadenken en raakt het naakte bestaan. Want wat beweegt iemand ertoe om een eind aan het eigen leven te maken? Volgens velen, in pers en literatuur al een paar jaar vertegenwoordigd door psychiater Bram Bakker en schrijvers Rogi Wieg en Joost Zwagerman, gaat het er de dader niet om het leven te beëindigen, maar om een einde aan het lijden in dat specifieke leven te maken. Men wil een ander leven, voor zover dat mogelijk zou kunnen zijn.
Veelal houdt dit in: een einde aan de pijn die ernstige depressie veroorzaakt, men wil daarvan verlost worden en ziet geen enkele andere mogelijkheid dan dit zelf te doen omdat niets anders meer helpt. Omdat niemand anders hen nog kan helpen. Overigens schrijft men, uitgezonderd de echte schrijvers, liefst in algemene zin over deze zaken. Een neiging die in het praten over psychisch lijden en ziekte steeds sterker wordt, liefst nog met iets erbij in de trant van ‘onderzoek toont aan dat’. Daarmee toch eigenlijk implicerende dat het nu eenmaal zo is, dat we het ermee zullen moeten doen.
Het is onvoorstelbaar gruwelijk en hard als je wordt geconfronteerd met de zelfdoding van een ander mens uit eigen kring, helemaal als het een geliefde betreft, of dit nu een familielid is of niet. Zwagerman benadrukt dit ook; het lijden van de nabestaanden liegt er ook niet om. Dan gaat het niet alleen om vragen en open einden, maar ook om de deur naar de zelfmoorddaad die vooral voor kinderen van daders is opengezet. De mogelijkheid is er, en waar het gaat om familieleden blijkt uit een genografie niet zelden dat er een eerder geval is geweest, een of twee generaties ervoor.
Ik wil nu eens niet pleiten voor een bepaalde term, want daarmee wil men hoogstens elkaar sparen. Degene die gestorven is, heeft er niets meer aan en was er van te voren ook vast en zeker niet in geïnteresseerd. Wel wil ik aandacht voor de erkenning van het persoonlijke verhaal van de overledene, die trouwens inderdaad geen zelfmoordenaar meer is, want hij of zij is er niet meer.
Wij kunnen van hem of haar leren. Niet hoe het moet, en niet dat zelfmoord mag. Niet dat het allemaal onze schuld is geweest en we hem of haar uit de depressie hadden moeten trekken. En nee, ook niet dat we machteloos staan tegenover de kracht van depressies en andere psychische ziekten. Trouwens, nee… ook niet dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen keuze en er ergens op weg naar het vervroegde einde iets bij volle bewustzijn is besloten.
Wel dat iedereen in momenten van eenzaamheid en vertwijfeling vatbaar kan zijn, zich onbewust kan openstellen voor de mogelijkheid tot. Dat gebeurt in stilte, in afzondering, in hele diepe lagen van denken en voelen. En zich realiseren. Het ontgaat alle mensen eromheen, het is onzichtbaar en ongelooflijk verleidelijk. In het begin, vaak jaren voordat het echt gebeurt. Het is niet de mogelijkheid tot sterven, maar juist de onsterfelijkheid die de eerste grote opluchting biedt. Een geheim, een innerlijke zekerheid waar niets en niemand tegenop kan. Een betere vriend, een grotere liefde bestaat er op dat moment niet. Als het pact wordt gesloten zal alles in het teken daarvan staan. Alles in het bestaan krijgt een andere waarde juist door de aanwezigheid van deze kameraad, deze vriend voor het leven. En al doen we duizend jaar onderzoek, niemand zal ooit weten hoe deze kracht gebroken kan worden. Toch gebeurt het, en laten we wel wezen, misschien wel veel vaker dan wij vermoeden.
Wat we ervan kunnen leren is het volgende. Want waar gaat het altijd weer over als deze naaste ons heeft verlaten? Over schuld. Een nabestaande voelt zich schuldig dat, enz. Een ander denkt stiekem dat het toch de schuld was van die ex, die weggelopen moeder, de maatschappij, de drank. Uit onmacht en ook uit haast om er korte metten mee te maken, met dat gruwelijke, met die dood die op de loer ligt, krijgt de schuld de eervolle taak de boel te slechten, op te lossen. Daarmee een verklaring in elkaar knutselend die lijkt te verlichten, maar die intussen niet meer is dan een misplaatst toekennen van macht.
Want de echte macht, op weg naar zelfmoord, ligt ergens anders.
Als je daar grip op krijgt, heb je mazzel.
© Mirjam Windrich 2011